Gebruik van de negen Werkwoordstijden Indicativo

In het Spaans zijn er veel meer verschillende werkwoordsvormen dan in het Nederlands. Vroeger bestond in het Nederlands ook een soort subjuntivo, en het enige wat nu nog bestaat zijn zinsneden die oud klinken zoals "lange leve de Koning", "koste wat het kost", "Mogen je wensen uitkomen".

Maar in het Nederlands gebruiken we verschillende hulpwerkwoorden die in het Spaans niet of minder gebruikt worden, zoals zullen, zouden, gaan, moeten, laten en mogen. Die hulpwerkwoorden worden in het Spaanse werkwoord vervormd zoals futuro simple en andere vormen.

Dus laten we de verschillende negen hoofdvormen bekijken en hoe ze vertalen in het Nederlands:

1. Presente: dit is het makkelijkst. Je kunt als hulpmiddel "nu" in de zin plaatsen om deze tijd te verifiëren:
  • Son las ocho      >  Het is (nu) acht uur.


2. Futuro: deze tijd wordt gebruikt voor iets dat in de toekomst gaat gebeuren, maar kan ook aanduiden dat nu op dit moment iets niet zeker is. In beide gevallen wordt in het Spaans deze futuro imperfecto gebruikt en vertaalt als "zullen" in eerste geval of "mogelijk" in laatste geval:
  • Serán las ocho      > Het zal 8 uur zijn. (in de toekomst is het 8 uur wanneer we klaar zijn)       
  • Serán las ocho      > Het is mogelijk 8 uur. (nu zou het 8 uur kunnen zijn, maar weet niet zeker)


Spaans tijden indicativo



3. Pretérito Imperfecto: Dit is één van de twee verleden tijdsvormen en wordt gebruikt als het niet over een bepaald moment gesproken wordt, maar een omstandigheid gedurende een periode. Typisch als ezelsbruggetje kun je deze tijdsvorm gebruiken als je "toen gedurende een periode" in de zin kunt zetten, zoals: 
  • Estaba lindo                                    > Het was mooi (toen gedurende een periode)


4. Pretérito Perfecto Simple: Dit is de andere vorm van de twee verleden tijdsvormen en wordt gebruikt als het juist wel over een bepaald moment gesproken wordt. Deze vorm staat ook bekend als el pretérito indefinido de indicativo. Typisch als ezelsbruggetje kun je hier "toen op dat moment" in de zin gebruiken, zoals:
  • Lo hizo    > Hij deed het (toen op dat moment).

En nu beide werkwoordstijden in dezelfde zin waarbij met de ezelsbruggetjes je kunt zien hoe je de zin juist kunt vormen:
  • Cuando estaba en casa, pasó un accidente    > Terwijl hij thuis was (toen gedurende een periode), gebeurde een ongeluk (toen op dat moment) 


In geval dat beide hulpmiddelen niet werken, beste keuze is om de imperfecto dan te gebruiken. 



5. Pretérito Perfecto Compuesto: De vorm waar je "haber" gebruikt in tegenwoordige tijd. Deze vorm vertaalt in "hebben" in het Nederlands en het gaat hier om iets dat al gebeurd is op dit moment. Een geheugensteuntje hier is als je "nu .. al" in de zin kunt gebruiken, dan hanteer je de deze vorm:
  • Lo ha hecho                       > Hij/zij heeft het (nu al) gedaan
  • ¿Has ido a Chile alguna vez?  > Ben je (nu al) een keer naar Chile gegaan? 
Als de zin ontkennend is, dan kun je "nu .. nog niet" in de zin gebruiken om deze vorm te testen:

  • Todavía no lo ha hecho     > Hij/zij heeft het (nu nog) niet gedaan



6. Pretérito Pluscuamperfecto: Zelfde vorm als 5 met "haber, maar in verleden tijd en vertaalt als "hadden". Het gaat hier om iets dat eerder was gebeurd in het verleden ten opzichte van een andere gebeurtenis. Hier als hulpmiddel, als je "daarvoor" of "eerder" kunt gebruiken in de zin, dan hanteer je deze vorm:
  • Lo había hecho    > Hij/zij had het (toen daarvoor ) gedaan.

Laten we nu de drie verleden tijden 3, 4 en 6 in één zin bekijken (uit het boek "La Ciudad de las bestias" van Isabelle Allende) en kun je zien hoe je de hulpmiddelen (tussen haakjes) kunt gebruiken om de juiste tijdsvormen te controleren:
  • Esas mesetas eran idénticas a las torres que había visto cuando enfrentó al jaguar negro  >  Die plateaus waren (gedurende een periode)  identiek aan de torens die hij (daarvoor) had gezien toen hij (op dat moment) tegenover de zwarte panter stond.



Koloniaal gebouw in Lima in Peru
Koloniaal gebouw in Lima in Peru


7. Condicional simple: deze tijd is een toekomstige werkwoordsvorm in het verleden en in het Nederlands gebruiken we "zouden":
  • Me dijo ayer que vendría el domingo > Hij/Zij vertelde me dat hij zondag zou komen. 
Deze vorm kan ook gebruikt worden om een onzekerheid in het verleden aan te duiden en dan vertaalt het als "mogelijk": 
  • Serían las ocho                                   > Het was mogelijk 8 uur (toen dat gebeurde).

Je gebruikt deze vorm ook om een beleefdheid (cortesía) uit te drukken en dan kun je "zouden graag": 
  • Me gustaría hablar con usted             > Ik zou graag met u willen praten (beleefdheid)  




    8. Futuro perfecto: Zelfde vorm als futuro (2)  maar met hulpwerkwoord haber. Deze vorm wordt typisch gebruikt voor een gebeurtenis die op een bepaald moment in de toekomst al voltooid is. Het vertaalt zich het beste als "zal  ... hebben" en als hulpmiddel kun je "al" in de zin gebruiken om te kijken of deze vorm klopt . 
    • Habrá pintado todo antes de las 12   > Hij/zij zal alles (al) geverfd hebben voor 12 uur (morgen bijvoorbeeld).
    Wederom de toekomstige vorm kan ook een onzekerheid aangeven op dit moment en vertaalt dan als "mogelijk" wederom met "al" als controlewoord. 
    • Habrá pintado todo                            > Hij/zij heeft mogelijk al alles (al) geverfd (op dit moment)
    • ¿Qué habrá pasado?                           > Wat is er mogelijk  gebeurd?


    9. Condicional Perfecto: Zelfde vorm als futuro perfect, maar in verleden tijd. Deze vorm, ook wel genoemd Condicional Compuesto,  wordt gebruikt in indirecte stijl als iemand iets vertelt in het verleden dat iemand iets gedaan zou hebben. Het vertaalt als "zouden hebben" en als hulpmiddel kun je "daarvoor" in de zin als controle gebruiken. 

    • Habría pintado todo antes de las 12.   > Hij/zij zou alles geverfd hebben voor 12 uur (daarvoor). (gisteren bijvoorbeeld).

    De andere vorm is wederom een onzekerheid dat voltooid zou zijn in het verleden en vertaalt als "mogelijk" en als controlewoorden kun je "daarvoor" in de zin zetten als deze tijd de juiste vorm is.
    • Habría pintado todo, cuando llegé        > (Daarvoor) had hij/zij had mogelijk alles geverfd, toen ik aankwam.
    Deze laatste stijl zie je ook vaak in kranten en tijdschriften waar de schrijver niet zeker is of van een gebeurtenis in het verleden:
    • Ayer habría robado todo      > Gisteren had hij/zij mogelijk alles gestolen (krant)
    Als het een persoonlijke opinie is van de gebeurtenis, dan gebruikt men futuro perfecto (habrá robado). Zie hier meer over in de post Het zou kunnen zijn, misschien - probable.



    De ezelsbruggetjes die in deze post ziet, zijn eenvoudig, maar werken goed om Spaans te leren. Ik noem ze hier nog een keer voor de volledigheid:

    • Als je in de zin "toen" kunt gebruiken, dan is het werkwoord in verleden tijd,
    • Als je in de zin "al" kunt gebruiken, dan gebruik je in het Spaans "haber" als hulpwerkwoord in tegenwoordige tijd,
    • Als je in de zin "daarvoor" kunt gebruiken, dan gebruik je in het Spaans "haber" als hulpwerkwoord in verleden tijd,
    • Als je "toen op dat moment" kunt gebruiken in de zin, dan gebruik je in het Spaans Perfecto Simple,
    • En als je "toen gedurende een periode" kunt gebruiken, dan gebruik je de imperfecto.


    Zie de illustratie eerder in deze post die deze regels schematisch laten zien.

    Deze post behandelt de Indicativo. Wil je meer weten over de subjuntivo, dan kun je op de volgende links klikken: 

    4 opmerkingen:

    Anoniem zei

    Geweldig !!!Ik lees het graag .Ben gek op Spaans.Vind het geweldig dat ik t op deze manier kan blijven oefenen.Magnifico!!!

    Anoniem zei

    Geweldig !!!Ik lees het graag .Ben gek op Spaans.Vind het geweldig dat ik t op deze manier kan blijven oefenen.Magnifico!!!

    Anoniem zei

    Gentlemen
    ik zie geen indifinido
    mvg

    Met vriendelijke groet,
    Roger

    Spaans.gratis zei

    Bedankt Roger, de indefinido is hetzelfde als de Pretérito Perfecto Simple (vorm 4). In het Spaans gebruiken ze verschillende namen voor zelfde werkwoordsvormen, afhankelijk van het land en regio.