Spaanse Grammatica | Spaanse Taal

Gebruik van Werkwoordstijden Indicativo

Het Spaans heeft meer tijden dan onze taal. In het Nederlands gebruiken we bijvoorbeeld verschillende hulpwerkwoorden, zoals "zullen", "zouden", "gaan", "moeten", "laten" en "mogen" die in het Spaans met een werkwoordstijd vertaald worden:   
  • Ik zal dit doen          > Lo haré (werkwoordstijd futuro)
  • Laten we dit doen!   > ¡Lo hagamos! (werkwoordstijd imperativo)
  • Ik vroeg haar dat ze dit zou doen > Le pedí que lo hiciera (subjuntivo imperfecto)
Spaanse werkwoordstijden

En qua verleden tijd, in onze taal maken we niet zoveel verschil tussen de indefinido, perfecto en imperfecto, wat het niet makkelijker maakt Spaans te leren. Vandaar dat ik hieronder de 9 verschillende tijden en een aantal hulpmiddelen laat zien om het juiste gebruik eenvoudiger te maken:

1. Presente

Dit is het makkelijkst. Je kunt als hulpmiddel "nu" in de zin plaatsen om deze tijd te verifiëren:

  • Son las ocho      >  Het is (nu) acht uur.


2. Futuro

Deze tijd wordt gebruikt voor iets dat in de toekomst gaat gebeuren, maar kan ook aanduiden dat nu op dit moment iets niet zeker is. In beide gevallen wordt in het Spaans deze futuro imperfecto gebruikt en vertaalt als "zullen" in eerste geval of "mogelijk/waarschijnlijk" in laatste geval:
  • Serán las ocho  >  Het zal 8 uur zijn. (in de toekomst is het 8 uur wanneer we klaar zijn)       
  • ¿Qué hora es? Serán las ocho   >   Hoe laat is het? Het is mogelijk 8 uur. (waarschijnlijk is het 8 uur, maar weet niet zeker)


3. Pretérito Imperfecto

Dit is één van de twee verleden tijdsvormen en men gebruikt het als men niet over een bepaald moment spreekt, maar over een omstandigheid gedurende een periode. 

Dit kan zijn:
  • een gewoonte zijn, 
  • iets wat vaak gebeurt
  • een beschrijving,
  • een algemene uitleg/reden
  • iets dat iemand zei of dacht (indirecte stijl).  
zonder een moment of periode met een specifiek begin of specifiek eind.

Typisch als ezelsbruggetje kun je deze tijdsvorm gebruiken als je "toen gewoonlijk", "toen altijd" of "was/waren bezig aan het + werkwoord" in de zin kunt zetten, zoals: 
  • Estaba lindo   >   Het was mooi (wordt niet genoemd dat het toen gedurende een specifieke periode mooi was, bijv in de lente of in januari, maar het zegt dat het toen altijd mooi was).
  • Siempre escuchaba la música > zij/hij luisterde altijd muziek (hier wordt niet een specifiek moment of specifieke periode genoemd, en je kunt zeggen dat zij "was toen altijd bezig aan het luisteren").

Je kunt met deze tijdsvorm dus niet specifiek pinpointen wanneer precies of in welke periode iets gebeurde. Woorden waar je vaak de imperfecto bij gebruikt zijn tijdsbepalingen die niet een specifiek moment of specifieke periode bepalen:
  • A menudo, a veces – vaak 
  • Siempre - Altijd
  • Cada día, mañana, semana, mes, año – elke dag, ochtend, week, maand, jaar
  • En general, generalmente, frecuentemente – in het algemeen, vaak
  • Todos los días, todas las mañanas – elke dag, elke ochtend
  • De vez en cuando – af en toe
  • Por un rato – voor een tijdje


4. Pretérito Perfecto Simple / Indefinido

Dit is de andere vorm van de verleden tijdsvormen die men gebruikt als het een bepaald moment of bepaalde periode specificeert. Deze vorm staat ook bekend als el pretérito indefinido de indicativo afhankelijk van het land. 

Typisch als ezelsbruggetje kun je hier "toen op dat moment" of "toen gedurende die specifieke periode" in de zin gebruiken, zoals:
  • Lo hizo ayer    > Hij deed het gisteren (toen op dat specifiek moment).
  • Vivó 8 años en Perú > Zij woonde 8 jaar (toen gedurende die specifieke periode) in Peru.  

Met deze vorm is er een duidelijk begin of eind van de gebeurtenis.  
Veel voorkomende woorden die je bij deze tijdsvorm gebruikt zijn zinnen waar je een tijdsbepaling ziet die een specifiek moment of specifieke periode bepaalt:
  • Ayer, anteayer - Giseren, eergisteren
  • Anoche, anteanoche -  Afgelopen nacht, 2 nachten geleden
  • El otro día - De andere dag
  • Anoche, anteanoche - Afgelopen nacht, 2 nachten geleden
  • La semana pasada - Afgelopen week 
  • El mes, el año pasado - afgelopen maand, afgelopen jaar
  • En + año/mes - In de maand / in het jaar 
  • Hace + cantidad de tiempo + que + indefinido - Het is + tijd + geleden dat
  • De repente / Plotseling
  • Ocho años - gedurende 8 jaar 

En nu beide werkwoordstijden in dezelfde zin waarbij met de ezelsbruggetjes je kunt zien hoe je de zin juist kunt vormen:
  • Ayer, cuando veía televisión en casa, pasó un accidente    > Gisteren, terwijl zij/hij thuis de TV keek (toen zij/hij "bezig was TV aan het kijken"), gebeurde een ongeluk (toen op dat  moment). 
In geval dat beide hulpmiddelen niet werken, beste keuze is om de imperfecto dan te gebruiken. 


5. Pretérito Perfecto Compuesto / Perfecto

De vorm waar je "haber" gebruikt in tegenwoordige tijd. Deze vorm vertaalt in "hebben" in het Nederlands en het gaat hier om iets dat al gebeurd is op dit moment. Een geheugensteuntje hier is als je "nu .. al" in de zin kunt gebruiken, dan hanteer je de deze vorm:
  • Lo ha hecho                       > Hij/zij heeft het (nu al) gedaan
  • ¿Has ido a Chile alguna vez?  > Ben je (nu al) een keer naar Chile gegaan? 
Als de zin ontkennend is, dan kun je "nu .. nog niet" in de zin gebruiken om deze vorm te testen:
  • Todavía no lo ha hecho     > Hij/zij heeft het (nu nog) niet gedaan

Veel voorkomende woorden die bij een imperfecto gebruikt worden:
  • Todavía (no), aun (no), ya - Nog niet, nog
  • Nunca - nooit
  • Alguna vez - Ooit
  • ¿Cuántas veces? - Hoe vaak?
  • Por fin - Uiteindelijk
  • Hasta ahora  - Tot nu toe
  • En mi vida - In mijn leven
  • Esta mañana, Esta tarde, Esta semana - Deze ochtend, deze middag, deze avond, deze week
  • Este mes, Este año - Deze maand, dit jaar 
  • Este invierno, Este otoño - Deze winter, deze herfst


    6. Pretérito Pluscuamperfecto

    Zelfde vorm als 5 met "haber, maar in verleden tijd en vertaalt als "hadden". Het gaat hier om iets dat eerder was gebeurd in het verleden ten opzichte van een andere gebeurtenis. Hier als hulpmiddel, als je "daarvoor" of "eerder" kunt gebruiken in de zin, dan hanteer je deze vorm:
    • Lo había hecho    > Hij/zij had het (toen daarvoor ) gedaan.

    Laten we nu de drie verleden tijden 3, 4 en 6 in één zin bekijken (uit het boek "La Ciudad de las bestias" van Isabelle Allende) en kun je zien hoe je de hulpmiddelen (tussen haakjes) kunt gebruiken om de juiste tijdsvormen te controleren:
    • Esas mesetas eran idénticas a las torres que había visto cuando enfrentó al jaguar negro  >  Die plateaus waren (gewoonlijk/altijd)  identiek aan de torens die hij (daarvoor) had gezien toen hij (op dat moment) tegenover de zwarte panter stond.


    7. Condicional simple

    Deze tijd is een toekomstige werkwoordsvorm in het verleden en in het Nederlands gebruiken we "zouden":
    • Me dijo ayer que vendría el domingo > Hij/Zij vertelde me dat hij zondag zou komen. 
    Deze vorm kan ook gebruikt worden om een onzekerheid in het verleden aan te duiden en dan vertaalt het als "mogelijk": 
    • Serían las ocho                                   > Het was mogelijk 8 uur (toen dat gebeurde).

    Je gebruikt deze vorm ook om een beleefdheid (cortesía) uit te drukken en dan kun je "zouden graag": 
    • Me gustaría hablar con usted             > Ik zou graag met u willen praten (beleefdheid)  


      8. Futuro perfecto

      Zelfde vorm als futuro (2)  maar met hulpwerkwoord haber. Deze vorm wordt typisch gebruikt voor een gebeurtenis die op een bepaald moment in de toekomst al voltooid is. Het vertaalt zich het beste als "zal  ... hebben" en als hulpmiddel kun je "al" in de zin gebruiken om te kijken of deze vorm klopt . 
      • Habrá pintado todo antes de las 12   > Hij/zij zal alles (al) geverfd hebben voor 12 uur (morgen bijvoorbeeld).
      Wederom de toekomstige vorm kan ook een onzekerheid aangeven op dit moment en vertaalt dan als "mogelijk" wederom met "al" als controlewoord. 
      • Habrá pintado todo                            > Hij/zij heeft mogelijk al alles (al) geverfd (op dit moment)
      • ¿Qué habrá pasado?                           > Wat is er mogelijk  gebeurd?


        9. Condicional Perfecto

        Zelfde vorm als futuro perfect, maar in verleden tijd. Deze vorm, ook wel genoemd Condicional Compuesto,  wordt gebruikt 
        in indirecte stijl als iemand iets vertelt in het verleden dat iemand iets gedaan zou hebben. Het vertaalt als "zouden hebben" en als hulpmiddel kun je "daarvoor" in de zin als controle gebruiken. 
        • Habría pintado todo antes de las 12.   > Hij/zij zou alles geverfd hebben voor 12 uur (daarvoor). (gisteren bijvoorbeeld).

        De andere vorm is wederom een onzekerheid dat voltooid zou zijn in het verleden en vertaalt als "mogelijk" en als controlewoorden kun je "daarvoor" in de zin zetten als deze tijd de juiste vorm is.
        • Habría pintado todo, cuando llegé        > (Daarvoor) had hij/zij had mogelijk alles geverfd, toen ik aankwam.

        Deze laatste stijl zie je ook vaak in kranten en tijdschriften waar de schrijver niet zeker is of van een gebeurtenis in het verleden:
        • Ayer habría robado todo      > Gisteren had hij/zij mogelijk alles gestolen (krant)

        Als het een persoonlijke opinie is van de gebeurtenis, dan gebruikt men futuro perfecto (habrá robado). Zie hier meer over in de post Het zou kunnen zijn, misschien - probable.
         


        De ezelsbruggetjes die in deze post ziet, zijn eenvoudig, maar werken goed om Spaans te leren. Ik noem ze hier nog een keer voor de volledigheid:
        • Als je in de zin "toen" kunt gebruiken, dan is het werkwoord in verleden tijd,
        • Als je in de zin "al" kunt gebruiken, dan gebruik je in het Spaans "haber" als hulpwerkwoord in tegenwoordige tijd,
        • Als je in de zin "daarvoor" kunt gebruiken, dan gebruik je in het Spaans "haber" als hulpwerkwoord in verleden tijd,
        • Als je "toen op dat moment" of "toen gedurende die specifieke periode" kunt gebruiken in de zin, dan gebruik je in het Spaans Perfecto Simple/Indefinido,
        • En als je "toen gewoonlijk" of "was bezig aan het + werkwoord" kunt gebruiken, dan gebruik je de imperfecto.


        Mocht je geïnteresseerd zijn in de verbuigingen van regelmatige en onregelmatige werkwoorden,  kun je meer vinden in de volgende posts:


        Deze post behandelt de Indicativo. Wil je meer weten over gebruik en tijden van de subjuntivo, dan kun je op de volgende links klikken: 

        3 opmerkingen:

        Anoniem zei

        Geweldig !!!Ik lees het graag .Ben gek op Spaans.Vind het geweldig dat ik t op deze manier kan blijven oefenen.Magnifico!!!

        Anoniem zei

        Gentlemen
        ik zie geen indifinido
        mvg

        Met vriendelijke groet,
        Roger

        Spaans.gratis zei

        Bedankt Roger, de indefinido is hetzelfde als de Pretérito Perfecto Simple (vorm 4). In het Spaans gebruiken ze verschillende namen voor zelfde werkwoordsvormen, afhankelijk van het land en regio.