Ik, jij, ... Persoonlijke voornaamwoorden

De Spaanse persoonlijke voornaamwoorden zijn eenvoudig en gebruiken dezelfde structuur als het Nederlands:
Als onderwerp (antwoord op wie loopt hier?) is het gebruik zoals in "ik loop" > "yo camino".
Meewerkend voorwerp (antwoord aan wie geef ik het?) gebruik is zoals in "ik geef het aan jou" >  "te lo doy".
Lijdend voorwerp (antwoord op wie wordt geslagen?) gebruik is zoals in "ik sla hem" "lo pego".

De persoonlijke voornaamwoorden zijn als volgt:
Spaanse Persoonlijke Voornaamwoorden
*In Spanje gebruiken ze "tu" (jij) en "vosotros" (jullie). Maar in landen in Latijns Amerika zoals Argentinië, Paraguay, Uruguay, Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica gebruiken ze "vos" in plaats van "tu". En buiten Spanje gebruiken ze voor "jullie" "ustedes" in de rest van de wereld.

Ook de formaliteit van het tutoyeren is afhankelijk van het land. In Argentinië wat heel amicaal is, gebruik men snel vos, terwijl in Colombia en Peru men usted en señor blijft gebruiken.

Er zijn twee regels die anders zijn in het Spaans dan in het Nederlands met de voornaamwoorden:

1. Als je meewerkend en lijdend voorwerp in zelfde zin gebruikt waarbij je "le(s)" en lo(s) of la(s) achter elkaar hebt, dan gebruik je voor meewerkend voorwerp "se" in plaats van "le" om te voorkomen dat je twee keer een kort naamwoord met "l" moet gebruiken:
  • Ik gaf hem het    > Se lo doy (in plaats van le lo doy)
  • Ik gaf het jou      > Te lo doy (deze regel geldt dus alleen met "le")

2. Als het meewerkend voorwerp in de Spaanse zin achter het werkwoord staat, dan gebruik je het meewerkend persoonlijk voornaamwoord voor het werkwoord:
  • Ik geef aan Juan de auto           > Le doy a Juan el coche
  • Ik schenk aan Maria een kado  > Le doy un regalo a María.
Asado openluchtAsado Patagonië, Argentinië

Geen opmerkingen: