Basislijst Spaanse Woorden

Een bekende voetbalcoach die in verschillende landen werkte, vertelde in een interview dat hij maar met iets meer dan 50 woorden nodig had om met buitenlandse teams te kunnen communiceren. Vandaar dat we hieronder een vocabulaire hebben gemaakt met de belangrijkste Spaanse woorden die het meest gebruikt worden.
Straat in Cartagena in Colombia

Bekijk ook de volgende referenties voor meer woorden:
We hebben deze basiswoordenlijst in het Nederlands-Spaans en ook andersom:

Nederlands
Spaans
een
un/una
de/het
el/la


ja/wel
nee/niet
no


hallo
hola
oké
vale
natuurlijk
por supuesto
doei
hasta luego
tot ziens
adiós
excuseer mij
discúlpeme
sorry
perdón
dankjewel
gracias
alsjeblieft
por favor


ik
yo
je/jij
hij
él
zij
ella
het
eso
we/wij
nosotros
jullie
ustedes
zij
ellos


deze/dit
este/esta
die/dat
ese/esa
daar
allá
hier
aquí
rechts
derecha
links
izquierda


en
y
of
o
maar
pero
dan
entonces
als
si
omdat
porque
como
zoals


wat
qué
wie
quién
waar
dónde
waarom
por qué
hoe
cómo
wanneer
cuándo
welke
cuál


zijn
ser/estar
kunnen
poder
doen
hacer
praten
hablar
geven
dar
weten
saber
denken
pensar
komen
venir
werken
trabajar
zetten
poner
nemen
tomar
vinden
encontrar
luisteren
escuchar
leuk vinden
gustar
helpen
ayudar
houden van
amar
hulpwerkwoord hebben
haber
bellen
llamar
wachten
esperar
er is / er zijn
hay


nieuw
nuevo
oud
viejo
fout
incorrecto
correct
correcto
warm
caliente
koud
frío
slecht
malo
goed
bueno
gelukkig
feliz
kort
corto
lang
largo
klein
pequeño
groot
grande
mooi
hermoso
jong
joven
oud
viejo


nu
ahora
uur
la hora
minuut
el minuto
seconde
el segundo
dag
el día
week
la semana
maand
el mes
jaar
el año
avond
la noche


van
de
in
en
en
y
naar
a
door
por
met
con
voor
para
naar de / het
a
zonder
sin
op
sobre
tussen
entre
tot
hasta
meer
más
sinds
desde


weinig
pocos
veel
muchos
alle/elke
todos
sommige
algunos


nul
cero
één
uno
twee
dos
drie
tres
vier
cuatro
vijf
cinco
zes
seis
zeven
siete
acht
ocho
negen
nueve
tiene
diez
elf
once
twaalf
doce
dertien
trece
viertien
catorce
vijftien
quince
zestien
dieciséis
zeventien
diecisiete
achttien
dieciocho
negentien
diecinueve
twintig
veinte
dertig
trenta
veertig
cuarenta
vijftig
cincuenta
spaans
nederlands
un/una
een
el/la
de/het


ja/wel
no
nee/niet


hola
hallo
vale
oké
por supuesto
natuurlijk
hasta luego
doei
adiós
tot ziens
discúlpeme
excuseer mij
perdón
sorry
gracias
dankjewel
por favor
alsjeblieft


yo
ik
je/jij
él
hij
ella
zij
eso
het
nosotros
we/wij
ustedes
jullie
ellos
zij


este/esta
deze/dit
ese/esa
die/dat
allá
daar
aquí
hier
derecha
rechts
izquierda
links


y
en
o
of
pero
maar
entonces
dan
si
als
porque
omdat
zoals
como


qué
wat
quién
wie
dónde
waar
por qué
waarom
cómo
hoe
cuándo
wanneer
cuál
welke


ser/estar
zijn
poder
kunnen
hacer
doen
hablar
praten
dar
geven
saber
weten
pensar
denken
venir
komen
trabajar
werken
poner
zetten
tomar
nemen
encontrar
vinden
escuchar
luisteren
gustar
leuk vinden
ayudar
helpen
amar
houden van
haber
hulpwerkwoord hebben
llamar
bellen
esperar
wachten
hay
er is / er zijn




nuevo
nieuw
viejo
oud
incorrecto
fout
correcto
correct
caliente
warm
frío
koud
malo
slecht
bueno
goed
feliz
gelukkig
corto
kort
largo
lang
pequeño
klein
grande
groot
hermoso
mooi
joven
jong
viejo
oud




ahora
nu
la hora
uur
el minuto
minuut
el segundo
seconde
el día
dag
la semana
week
el mes
maand
el año
jaar
la noche
avond


de
van
en
in
y
en
a
naar
por
door
con
met
para
voor
a
naar de / het
sin
zonder
sobre
op
entre
tussen
hasta
tot
más
meer
desde
sinds


pocos
weinig
muchos
veel
todos
alle/elke
algunos
sommige


cero
nul
uno
één
dos
twee
tres
drie
cuatro
vier
cinco
vijf
seis
zes
siete
zeven
ocho
acht
nueve
negen
diez
tiene
once
elf
doce
twaalf
trece
dertien
catorce
viertien
quince
vijftien
dieciséis
zestien
diecisiete
zeventien
dieciocho
achttien
diecinueve
negentien
veinte
twintig
trenta
dertig
cuarenta
veertig
cincuenta
vijftig

Je kunt deze Spaanse woordenlijst ook als pdf gratis downloaden om bij je te houden of te printen: Basiswoordenlijst Spaans

Geen opmerkingen: