Spaanse Grammatica | Spaanse Taal

Gebruik Subjuntivo - ..opdat ik het doe

Het gebruik van de subjuntivo, aanvoegende wijs of conjunctief in het Nederlands, is belangrijk in het Spaans en maakt een verschil uit in stijl en in betekenis.

In het Nederlands bestaat de subjuntivo bijna niet meer. Alleen uitdrukkingen zoals "lang leve de koning", "koste wat het kost" of "mogen je wensen uitkomen" zijn nog overblijfselen van deze wijs. Je kunt indenken dat als je oud Nederlands praat en "moge" kunt gebruiken in een zin, je eigenlijk de aanvoegende wijs gebruikt. "Ik hoop dat je lang moge leven" is een goed voorbeeld.    

Als je hulpwerkwoorden gebruikt in Nederlands zoals "gaan" or "zou moeten", dan is het makkelijker voor ons de juiste Spaanse werkwoordsvorm te gebruiken of sneller te begrijpen wat men bedoelt. Een voorbeeld is
  • Pedro le dice a Emma que revisa la tarea
  • Pedro le dice a Emma que revise la tarea
Twee verschillende zinnen waar één de indicativo (revisa) en andere de subjuntivo (revise) gebruikt. Wat is het verschil in betekenis? 
  • Indicativo: Pedro le dice a Emma que revisa la tarea >  Pedro zegt tegen Emma dat hij het huiswerk controleert. (revisa is indicativo en is een observatie dat Pedro het huiswerk controleert en vertelt dat aan Emma).
  • Subjuntivo: Pedro le dice a Emma que revise la  tarea > Pedro zegt tegen Emma (op)dat zij het huiswerkt gaat controleren. (revise is subjuntivo en is een order (beïnvloeding) aan Emma dat zij het huiswerk gaat controleren).

Dus een subtiel verschil in werkwoordsvorm, maar wel een geheel andere betekenis. En je ziet hier dus het hulpwerkwoord "(op)dat ... gaat " in het Spaans niet letterlijk vertaald wordt. Dus hoe weet je wanneer je de indicativo of subjuntivo moet gebruiken?

Indicativo


Je gebruikt de indicativo als je zeker weet of denkt dat het zo is
  • Yo creo que tiene un diario  > Ik weet dat hij een krant heeft.  
  • Está claro que lo hace          > Het is duidelijk dat hij het doet.

Subjuntivo


Er zijn twee manieren om het gebruik van de subjuntivo te leren:
  • Klassieke manier met alle regels:  De meeste mensen leren het met de regels en alle condities. Een waanzinnig karwei en is erg moeilijk. Ik ken maar weinigen die alle regels kennen.
  • Met gebruik van ezelsbruggetjes: Hieronder beschrijf ik een andere manier hoe je met gebruik van Nederlandse hulpwoorden gemakkelijker kunt checken of je de subjuntivo moet gebruiken. 
  
Ik laat beide manieren zien voor de volledigheid en begin met de klassieke manier en daarna met mijn eigen manier met hulpwoorden en ezelsbruggetjes. Het is niet de bedoeling dat je beide manieren gebruikt, pas toe welke je het makkelijkst vindt. Als je mijn manier wilt zien, scroll dan naar beneden naar de manier met ezelsbruggetjes

Manier I: Subjuntivo klassieke regels

Deze manier gebruikt de regels en condities. Is natuurlijk het scherpst, maar ook het moeilijkst. Na langer dan 10 jaar in Latijns Amerika gewoond te hebben, blijf ik nog steeds denken welke regels je moet gebruiken, laat staan dat als je niet in een Spaans sprekend land woont hoeveel moeilijker het dan is. 

Je gebruikt de subjuntivo als:
A. Dat twee zinnen met "que" worden verbonden en dat het onderwerp van de hoofdzin anders is dan in de bijzin en met één van de volgende condities:
i. Uitdrukking van wens of een behoefte 
  • Quiero que trabajes > Ik wil dat je werkt. 
ii. Uitdrukking van preferentie, emotie of smaak 
  • Me gusta que seas responsable > Ik vind het fijn dat je verantwoordelijk bent.
iii. Uitdrukking van een doel dat gedaan moet worden 
  • Te escribo para que lo veas > Ik schrijf je zodat je het ziet. 
iv. Uitdrukking van beïnvloeding 
  • Le prohibo que lo hagas > Ik verbied hem dat hij het doet.  
Je gebruikt de indicativo in plaats van de subjuntivo als beide zinnen hetzelfde onderwerp hebben, dat is als je in het Nederlands het werkwoord van de bijzin kan vervangen met het volle werkwoord. In dat geval hebben beide zinnen hetzelfde onderwerp:
  • Me gusta que compres un coche  > Ik vind het leuk dat je een auto gaat kopen.
  • Me gusta comprar un coche         > Ik vind het leuk dat ik een auto koop (kun je vervangen met "ik vind het leuk een auto te kopen").

B. Als er negatieve gedachte of beoordeling van iets geuit wordt:
  • No creo que tenga 10 años > Ik geloof niet dat hij 10 jaar is. 
Maar als het een positieve gedachte is, gaat het met indicativo: 
  • Creo que tiene 10 años > ik denk dat hij 10 jaar is. 

C. Zinnen met "Ser/Estar/Parecer en de volgende conditie: 
i. Negatieve uitdrukkingen met "ser/estar/parecer + zekerheid + que":
  • No está seguro que lo haga > Het is niet zeker dat zij het doet.
  • Maar als positieve uitdrukking gaat het met indicativo: 
    • Está seguro que lo hace > Het is zeker dat zij het doet.
    ii. Zinnen met "Ser/Estar/Parecer + emotie + que": 
    • Me parece bien que lo hagas > Het lijkt me goed dat je het doet.
    • Es una suerte que lo hagas > Het is een geluk dat je het doet.
    iii. Zinnen met "No parece que" en "No me/te/le/.. parece que":
    • No me parece que lo hagas > Ik denk niet dat je het doet.
    • No parece que sea muy listo > Het lijkt niet dat hij erg slim is. 
    Maar "parece que" en "me parece que" zonder "no" en zonder bijvoeglijk-, zelfstandig naamwoord of bijwoord gaan met indicativo. 

    D. Met een mogelijke gebeurtenis in de toekomst met een tijdsbepaling:
    • Cuando vengas, vas a ser feliz > Wanneer je komt, zal je blij zijn. 

    E. Uitdrukkingen van onzekerheid of mogelijkheid:
    • Dudo que vengas > Ik twijfel dat je komt.
    • Quizás  tenga suerte > Misschien heeft ze geluk.

    F. Conditionele voegwoorden zoals "con tal que, siempre que, a menos que":
    • Siempre y cuando tengas dolor, me avisas > Altijd als je pijn hebt, laat me het weten.
    Maar er zijn hier uitzonderingen met gebruik van si. Je kunt op de volgende posts klikken voor meer details:

    G. In bepaalde concessieve uitdrukkingen met "aunque, pese a que, por más que":
    • Aunque tengas hambre, no te doy comida > Zelfs als je honger hebt, ik geef je geen eten.
    Maar deze kunnen ook met indicativo gebruikt worden, klik op de volgende posts voor meer details:
    H. Als er zaken of personen zijn die men zoekt en nog niet geïdentificeerd zijn:
    • Busco a alguien que hable Español > Ik zoek iemand die Spaans spreekt.
    Klik op de volgende post voor meer details:
    I. Zonder bijzin kan de subjuntivo ook gebruikt worden in de hoofzin voor bepaalde gevallen in uitdrukkingen zoals:
    • Sea lo que sea, ..  > Wie het ook is, ..
    • Haz lo que quieras,.. > Doe wat je wilt 
    Deze gevallen zijn in de volgende post met meer scherpte beschreven:

    Als je meer wilt weten over de subjuntivo, kun je volgende posts lezen voor meer details: 


    Manier II: Bepalen van Subjuntivo met Ezelsbruggetjes

    Als je alle regels en uitzonderingen ziet, dan begrijp je hoe moeilijk het is. Vandaar dat ik zelf een manier gebruik om te kijken of ik bepaalde hulpwoorden in het Nederlands kan gebruiken om te kijken of je daadwerkelijk de subjuntivo nodig hebt. 

    De subjuntivo gebruik je als je een ander iemand wilt beïnvloeden om iets uit te voeren, betreft een mogelijke gebeurtenis in tijd, een onzekerheid of een persoonlijke emotie of smaak over iets. 

    We laten hier de belangrijkste gevallen zien wanneer je de subjuntivo gebruikt, waarbij we ook aangeven met welke Nederlandse hulpwoorden (zoals "gaan" in tegenwoordige tijd of "zouden" in verleden tijd) je kunt controleren of de zin daadwerkelijk de subjuntivo heeft. Mocht je deze tekst in een tabel willen lezen of als referentie, kun je hier een overzicht downloaden.

    Om deze voorwaarden makkelijker te onthouden, kun je het woord "OMZET VOL" gebruiken:
    Gebruik subjuntivo
    • O = Order
    • M = Mogelijke gebeurtenis
    • Z =  Zodat
    • E = Emotie
    • T = Toegeeflijk
    • V = Voorwaardelijk
    • O = Onzekerheid

    Hieronder vind je de uitleg en voorbeelden met schema:
    Aanvoegende wijs

    1. Order, wens, wil, hoop of een advies
    Dit is een positieve or negatieve beïnvloeding opdat een ander persoon iets doet. Je kunt in dit geval "dat" met "opdat gaan" vervangen (of in verleden tijd met "dat + zouden" ) om te checken of het een subjuntivo in het Spaans is:
    • Ik raad je aan dat je het doet > Ik raad je aan opdat je het gaat doen > Te aconsejo que lo hagas
    • Dat je snel beter wordt! > Opdat je snel beter gaat worden! > ¡Que te mejores pronto! 

    Gaat vaak in combinatie met de volgende woorden: 
    • Quiero que, deseo, espero, prefiero, recomiendo, me apetece, me gusta, te pido, te prohíbo, te permito, te aconsejo, es importante, es necesario, ofrece, ojala, te ordeno, te suplico, te ruego, te dijo, evito, acepto

    2. Persoonlijke emotie, voorkeur of smaak
    Hier gaat hier om een emotie, persoonlijke  smaak of preferentie met een bijzin. Soms kun je hier "dat" ook met "dat + gaan" vervangen:
    • Het is ongelooflijk dat je hier bent > Het is ongelooflijk (emotie) dat je hier bent > Me parece increíble que estés aqui.
    • Ik vind het fijn dat je verantwoordelijk bent > Ik vind het fijn (emotie) dat je verantwoordelijk bent > Me gusta que seas responsable.
    • Ik ben bang dat je met de politie praat > Ik ben bang (een emotiedat je met de politie gaat praten > Tengo miedo de que hables con la policia.

    Gaat vaak in combinatie met volgende woorden: 
    • Tengo miedo de que, me alegra, me preocupa, me interesa, me sorpresa, me gusta, me encanta, me molesta, prefiero, me parece mal, es lógica, es importante, es necesario, es fundamental, es una lastima, es una suerte, no es normal, me da igual, es una sorpresa, me parece extraño, me alegra, es bueno, es mejor, es malo. está bien, está mal, es una suerte, me parece ridículo, me parece bien, me parece increíble, es fácil 
    • Ook met alle combinaties van "parecer/estar/ser + bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord + que" die emotie of smaak uitdrukken:
      • Het is een heel goed idee dat je met haar praat > het is een heel goed idee (emotie) dat je met haar gaat praten > Es muy buena idea que hables con ella.

    3. Zodat
    Hier is er een doel dat gedaan moet worden en kun je de bepaling met "zodat + gaan" vervangen:
    • Ik schrijf je zodat je het ziet > Ik schrijf je zodat je het gaat zien > Te escribo para que lo veas.
    • Hij/zij werkt met het doel dat Juan zijn examen haalt  > Hij/zij werkt zodat Juan zijn examen gaat halen > Está trabajando a fin de que Juan apruebe el examen.

    Gaat vaak in combinatie met volgende woorden:
    • Para que, a fin de que, con el propósito de que, con el fin de que, de modo/forma/manera que 
    • Zie ook: voegwoorden met finalidad 

    4. Onzekerheid/ mogelijkheid
    Je weet niet zeker of het zo gaat zijn of gaat gebeuren en in dit geval kun je in een aantal gevallen "dat" met "of + wel of  niet + gaan" of "dat + wel of niet + gaan" vervangen:
    • Ik betwijfel dat zij komt > Ik betwijfel of zij wel of niet gaat komen > Dudo que venga.
    • Misschien dat zij geluk heeft > Misschien dat zij wel of niet geluk gaat hebben > Quizás  tenga suerte.
    • Het is niet duidelijk dat je het doet  > Het is niet duidelijk of je het wel of niet gaat doen > No está claro que lo hagas.
    • Ik denk niet dat zij het doet  >  Ik weet niet of zij het wel of niet gaat doen > No creo que lo haga.

    Gaat vaak in combinatie met volgende woorden:
    • Puede ser que, es posible, es probable, considero que, quizás, tal vez, capaz, dudo, es mentira, no es verdad, no creo, no estoy seguro, no está claro, no me imagino, no es cierto, no es verdad, no es evidente, no es seguro, no está claro, no parece seguro, probablemente, posiblemente
    • En ook met: 
    1. alle combinaties van "parecer/estar/ser + bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord + que" die onzekerheid uitdrukken
    2. "no parecer que/no me parece que", als het de betekenis heeft "niet zeker weten/zijn + of":
      • Het lijkt me niet dat het regent > Ik weet niet zeker of het wel of niet gaat regenen > No me parece que llueva

    Maar let op - GEEN SUBJUNTIVO: Als het echter wel een zekerheid is qua gedachte, mening of uitspraak, dan gebruik je indicativo.In deze gevallen lukt het niet ezelsbruggetje "of + gaan" te gebruiken, en geldt dus niet de subjuntivo
    • Está claro que lo haces   > Het is duidelijk dat je dit doet.
    • Ik weet dat je het doet > Creo que lo haces  (het lukt hier niet "dat" met "of + wel of niet + gaan" te vervangen)

    Geldt met volgende woorden: 
    • Es verdad que, es evidente, es seguro, está claro, creo, pienso, considero, me parece, parece seguro, supongo
    • alle combinaties van "parecer/estar/ser + bijvoeglijk/zelfstandig naamwoord + que" die zekerheid uitdrukken
    • "parecer que/me parece que", hier heeft het betekenis "zeker weten/zijn dat":
      Het lijkt me dat het regent > Ik ben zeker dat het regent > Me parece que llueve.

    5. Mogelijke toekomstige gebeurtenis
    Een mogelijke gebeurtenis in de toekomst met een tijdsbepaling, waar je de tijdsbepaling met "zodra + gaan" kunt vervangen:
    • Wanneer je komt, zal je blij zijn > Zodra je gaat komen, zal je blij zijn > Cuando vengas, vas a ser feliz.
    • De dag dat je me het vertelt, ben ik er  > De dag zodra je me het gaat vertellen, ben ik er > El día que me digas algo, estoy.
    • Precies wanneer ik het weet, zal ik je het laten weten  > Zodra ik het ga weten, zal ik je het laten weten > En cuanto sepa, te aviso.

    Gaat vaak met de volgende woorden:
    • Cuando, después que, tan pronto como, apenas, ni bien, en cuanto, el día que, antes de que
    • Zie ook: Voegwoorden van tijd 

    Maar let op - GEEN SUBJUNTIVO: als specifieke gebeurtenis is of een gewoonte, gebruik je indicativo. Als het dus niet een mogelijke toekomstige gebeurtenis is, maar gewoonte of iets frequent wat vaak gebeurt, dan gebruik je indicativo. In deze gevallen lukt het niet "dat" te vervangen met "zodra + gaan": 
    • El día que me dijiste, estaba  > De dag dat je me het vertelde, was ik er. 
    • Cada vez que viene aquí, terminamos discutiendo > Elke keer dat hij hier komt, eindigen we met ruzie. 

    In beide bovenstaande gevallen lukt het niet "dat" te vervangen met "zodra + gaan" zonder de betekenis te veranderen

    Gaat vaak met de woorden:
    • Siempre, cada vez, frecuentemente, todos los dias

    6. Voorwaardelijke bepalingen
    Met "si" zijn er aparte regels, maar met alle andere voorwaardelijke voegwoorden gebruik je de subjuntivo. In dit geval kun je de voorwaardelijke bepaling met "voorwaardelijk dat + gaan" vervangen:
    • Altijd als je pijn hebt, laat me het weten > Voorwaardelijk dat je pijn gaat hebben, laat me het weten > Siempre y cuando tengas dolor, me avisas. 
    • In het geval dat je het doet, bel ik haar > Voorwaardelijk dat je het gaat doen, bel ik haar > En caso de que lo hagas, la llamo.        

    Gaat met volgende woorden: 


    7. Toegeeflijke bepalingen
    Als het om een toegeeflijkheid of generieke mogelijkheid gaat, gebruik je de subjuntivo met deze voegwoorden. Hier kun je de toegeeflijke bepaling
    vervangen met "Zelfs als + gaan":
    • Zelfs als je honger gaat hebben, ik geef je geen eten > Aunque tengas hambre, no te doy comida 
    • Zelfs als het gaat regenen, moet je naar school gaan > Aunque llueva, tienes que ir a la escuela.

    Gaat vaak met volgende woorden: 

    Maar let op - GEEN SUBJUNTIVO: als het niet om een algemene mogelijkheid of toegeeflijkheid gaat, dan gebruik je indicativo:
    • Ook al regent het (nu), hij gaat naar school > Aunque llueva, va a la escuela.
    Hier lukt het niet of "zelfs als  + gaan" te gebruiken zonder de betekenis van de zin te veranderen. Vaak kun je hier "nu" in de zin zetten, gezien het om een tegenstelling gaat. 
      


    8. Nog niet gevonden persoon of object
    Dit geldt voor objecten of personen die men zoekt en op dat moment nog niet geïdentificeerd of gevonden zijn. In dit geval kun je 
    "dat/die/waar" vervangen met "dat/die/waar + mogelijk":
    • Ik zoek iemand die Spaans spreekt > Ik zoek iemand die mogelijk Spaans spreekt.> Busco a alguien que hable español.
     
    Gaat vaak met volgende woorden: 


    9. Bepaalde uitdrukkingen
    De subjuntivo wordt gebruikt in bepaalde uitdrukkingen waar je vaak 
    "ook zou mogen" kunt gebruiken zoals: 
    • Wat het ook is, ...  > Wat het ook zou mogen zijn, ...> Sea lo que sea, ..
    • Doe wat je wilt, ... > Doe wat je ook zou mogen willen  > Haz lo que quieras,.. 


    Aanvoegende wijs SpaansGebruik van subjuntivo met ezelsbruggetjes 

    Geen opmerkingen: