Het zou kunnen zijn, misschien .. - Probable

In een conversatie of een artikel heb je af en toe een situatie waar je zelf niet weet of het klopt, waar je twijfelt. In het Nederlands gebruik je dan vaak het woord misschien, en dat gebruik je ook in het Spaans, maar je wilt dat natuurlijk ook kunnen afwisselen met andere manieren.

Er zijn 3 manieren om een onzekerheid te beschrijven:

1. Natuurlijk kun je "misschien" in het Spaans gebruiken, dus woorden zoals: quizás, quizá, posiblemente, tal vez, acaso, probablemente en capaz que. In deze gevallen gebruik je over het algemeen de subjuntivo want het is mogelijkheid:
  • Misschien komt hij vandaag aan    > Quizás llegue hoy. (subjuntivo)
  • Misschien komt hij vandaag aan    > Tal vez llegue hoy

Cartagena, Colombia
Cartagena, Colombia
2a.Gebruik van Futuro: Je kunt als alternatief de futuro gebruiken in het Spaans. De futuro vertaalt naar "mogelijk" in het Nederlands als het om een onzekerheid gaat. Let dus op dat je het ook als "zullen" kunt vertalen, maar in deze context gebruik je het als "mogelijk".


Twijfel in Spaans
  • Llega hoy                      > Hij/zij komt vandaag aan (zeker)
  • Llegará hoy                   > Hij/zij komt mogelijk vandaag aan (twijfel)    

2b. En in de verleden tijd gebruiken we ook condicional om twijfel uit te drukken, wederom met "mogelijk":


  • Llegó ayer                      > Hij/zij kwam gisteren aan (op dat moment) (zeker)
  • Habrá llegado ayer         > Hij/zij kwam mogelijk gisteren aan (twijfel)

  • Trabajaba allá                 > Hij/zij werkte daar (gedurende een periode) (zeker)  
  • Trabajaría allá                 > Hij/zij werkte mogelijk daar (twijfel)
  • Habrá trabajado allá       > Hij/zij werkte mogelijk daar (twijfel)

  • ¿Qué pasó?                    > Wat gebeurde er? (een vraag aan iemand die het zeker weet)
  • ¿Qué habrá pasado?       > Wat is er mogelijk gebeurd? (twijfel waarbij je niet zeker bent of de andere persoon weet wat er precies gebeurd is)

2c. Kranten en tijdschriften schrijven formeel en als ze een gebeurtenis die mogelijk plaats heeft gevonden zonder dat de schrijver het zeker weet, gebruiken ze ook condicional en vertalen we het als "mogelijk":
  • LLegó hoy                        > Vandaag kwam hij aan (zeker)   
  • Habría llegado hoy            > Hij/zij was mogelijk vandaag aangekomen (twijfel formeel)

3. Je kunt ook andere woorden gebruiken om twijfel uit te drukken zoals no creo que, no parece que, no es probable que, no es posible que. Gezien het hier om een opinie met onzekerheid gaat, gebruikt men de subjuntivo en kun je in het Nederlands "mogelijk" gebruiken:
  • LLega hoy                        > Vandaag komt hij aan (zeker)   
  • No creo que llegue hoy     > Ik geloof niet dat hij/zij vandaag mogelijk aankomt (negatieve opinie, dus subjuntivo)
3b. Let op dat als je zekerheid uitdrukt met affirmatieve opinie (dat je zeker bent dat het zo is) zoals met creo que, parece que, dan gebruik je de indicativo:
  • Creo que llega hoy     > Ik weet zeker dat hij/zij vandaag aankomt (affirmatieve opinie dat zeker is, dus indiciativo)

Geen opmerkingen: