Jij zei dat ik het deed.. - Indirecte Stijl

Als je iemand een verhaal vertelt en zegt wat de persoon heeft gezegd, dan gebruik je de indirekte stijl. In het Spaans kun je een aantal verschillende maar beperkte vormen gebruiken, afhankelijk van de tijd en omstandigheid van de zin.


Vertellen wat iemand zei in Tegenwoordige tijd

Het eenvoudigst is iets vertellen in de tegenwoordige tijd. We beginnen met het vertellen van een gebeurtenis in de tegenwoordige tijd, dus dat de spreker op dit moment iets vertelt.


  • Directe Stijl                                
  • Juan zegt: "Ik heb het warm".                > Juan me dice: "Tengo calor". 
  • Indirecte stijl
  • Juan vertelt me dat hij het warm heeft.  > Juan me dice que tiene calor".
Het kan ook zijn dat de verteller iets wil zeggen wat nog moet gebeuren. In dit geval gebruiken we voor de gebeurtenis in het Spaans de tijdsvorm Futuro. 


Voorbeeld:
  • Juan zegt: "Ik zal het warm hebben".            > Juan me dice: "Tendré calor".
  • Juan vertelt me dat hij het warm zal krijgen. > Juan me dice que tendré calor".
De tweede zin in de indirecte stijl blijft in dezelfde tijdsvorm staan als in de directe stijl. Er is alleen één uitzondering en dat is de imperativo ("doe het"), die verandert in een subjuntivo. Eenvoudig dus. 


Spaans indirecte stijl tegenwoordige tijd



Vertellen wat iemand zei in de verleden tijd

Iets vertellen in het Spaans in de verleden tijd is moeilijker. Want er zijn verschillende vormen mogelijk en de indirecte stijl verandert ook. Laten we beginnen met de indicativo en later kijken we naar de subjuntivo.


Spaans indirecte stijl verleden tijd

Indicativo

In de indicativo kun je iets vertellen dat op hetzelfde moment gebeurde, al gebeurd is, zou gebeuren en gebeurd zal zijn. We leggen dit uit met een aantal voorbeelden.

1. "Ik heb..". Hierbij wordt de tegenwoordige tijd (tiene) in indirecte vorm naar Imperfecto (tenía) omgevormd. 

Voorbeeld :
  • Directe Stijl                                        
  • Juan vertelde me: "Ik heb het warm".   > Juan me dijo: "Tengo calor".
  • Indirecte stijl
  • Juan vertelde me dat hij het warm had. > Juan me dijo que tenía calor".

2. "Ik had..". De verleden tijd (tenía) wordt ook in indirecte vorm naar Imperfecto (tenía) omgevormd.

Voorbeeld :                          
  • Juan vertelde me: "Ik had het warm".       > Juan me dijo: "tenía calor".
  • Juan vertelde me dat hij het warm had. > Juan me dijo que tenía calor".

3. "ik had .... op dat moment", "ik heb ... gehad", of "ik had ... gehad".  Hier gebruiken we in het Spaans in de verleden tijd in de indirecte vorm pretérito pluscuamperfecto (había tenido). 

Voorbeeld :
  • Juan vertelde me: "Ik had een ongeluk"         > Juan me dijo: "tuve un accidente".
  • Juan vertelde me dat hij een ongeluk had.      > Juan me dijo que había tenido un accidente".

  • Juan vertelde me: "Ik heb een ongeluk gehad".     > Juan me dijo: "he tenido un accidente".
  • Juan vertelde me dat hij een ongeluk heeft gehad. > Juan me dijo que había tenido un accidente".

  • Juan vertelde me: "Ik had een ongeluk gehad".      > Juan me dijo: "había tenido un accidente".  
  • Juan vertelde me dat hij een ongeluk had gehad.    > Juan me dijo que había tenido un accidente".

Let op dat in het Spaans NOOIT de pretérito perfecto simple in de indirecte zin gebruikt kan worden.  

Voorbeeld :
  • Juan vertelde me: "Ik had een ongeluk"       >  Juan me dijo: "tuve un accidente".          
  • Juan vertelde me dat hij een ongeluk had.    > Juan me dijo que tuvo un accidente" (FOUT)

4.. "ik zal hebben" of, "ik zou hebben".  Hier gebruiken we in het Spaans in de verleden tijd in de indirecte vorm de condicional simple (tendría ). 

Voorbeeld :
  • Juan vertelde me: "Ik zal het warm hebben."   > Juan me dijo: "tendré calor".
  • Juan vertelde me dat hij het warm zal hebben. > Juan me dijo que tendría calor."

  • Juan vertelde me: "Ik zou het warm hebben".  > Juan me dijo: "Tendría calor".
  • Juan vertelde me dat hij het warm zou hebben.> Juan me dijo que tendría calor."
Let op dat de toekomstige tijd in het Spaans ook gebruikt wordt voor twijfel en dus vertaald kan worden als "ik zal (mogelijk) .. kunnen hebben" of "ik zou (mogelijk) .. kunnen hebben":
  • Juan vertelde me: "Ik zou het warm kunnen hebben".   > Juan me dijo: "Tendría calor". 
  • Juan vertelde me dat hij het warm zou kunnen hebben. > Juan me dijo que tendría calor."

5. "Ik zal ...gehad hebben" of "ik zou ... gehad hebben". In deze vorm in indirecte stijl gebruiken we de condicional compuesto (habría tenido).

Voorbeeld:
  • Juan vertelde me: "Ik zal het warm gehad hebben."  > Juan me dijo: "habrá tenido calor".   
  • Juan vertelde me dat hij het warm gehad zal hebben.> Juan me dijo que habría tenido calor."
  • Juan vertelde me: "Ik zou het warm gehad hebben".  > Juan me dijo: "Habría tenido calor".
  • Juan vertelde me dat hij het warm gehad zou hebben.> Juan me dijo que habría tenido calor."

6. "waar doe je dit" of "doe je dit".Als we een vraag in indirecte stijl omzetten, dan gebruiken we hetzelfde vraagwoord. In het geval er geen vraagwoord is, dan gebruiken we "si".
  • Waar doe je dit?                        > ¿Dónde lo haces?  
  • Hij vroeg me waar je dit doet.  > Me preguntó dónde lo hacías.
  • Doe je dit?                                 > ¿Lo haces?  
  • Hij vroeg me of  je dit deed.     > Me preguntó si lo hacías.


Spaans indirecte stijl tijden

Subjuntivo

In deze vorm gebruiken we een zinsvorm waar we de subjuntivo gebruiken. Dat is dus op een bepaalde conditie dat we de subjuntivo al in de normale zin moeten gebruiken. Hier zijn maar 2 vormen mogelijk. 

7. "opdat ik ... ga doen" of "opdat ik ...zou doen". Hierbij wordt voor beide gevallen in de indirecte stijl de imperfecto (hiciera) gebruikt.
  • Juan vraagt me dat ik dit ga doen.                     > Juan me pide que lo haga.
  • Hij zei dat Juan me vroeg dat ik dit zou doen.  > Me dijo que Juan me había pedido que lo hiciera."

  • Juan vroeg me dat ik dit zou doen.                   > Juan me pidió que lo hiciera. 
  • Hij zei dat Juan me vroeg dat ik dit zou doen.  > Me dijo que Juan me había pedido que lo hiciera."


8. "opdat ik ... gedaan zal hebben" of "opdat ik ...gedaan zou hebben". Hierbij wordt voor beide gevallen in de indirecte stijl de pret. pluscuamperfecto (hubiera hecho) gebruikt.
  • Juan vraagt me dat ik dit gedaan zal hebben                    > Juan me pide que lo haya hecho. 
  • Hij zei dat Juan me vroeg dat ik dit gedaan zou hebben.  > Me dijo que Juan me había pedido que lo hubiera hecho."

  • Juan vraagt me dat ik dit gedaan zou hebben                   > Juan me pide que lo hubiera hecho.    
  • Hij zei dat Juan me vroeg dat ik dit gedaan zou hebben.  > Me dijo que Juan me había pedido que lo hubiera hecho."

Zie voor referentie ook Tijden Subjuntivo.





Panorama Lima, Peru
Panorama Lima, Peru



Er zijn een aantal uitzonderingen in het Spaans waar je de indirecte stijl in verleden tijd niet automatisch naar verleden tijd vertaalt. Maar gelukkig is in het Nederlands niet heel anders, dus dat is een stuk makkelijker. Maar voor de duidelijkheid geven we hier de condities:

1.Absolute waarheid die altijd waar is: 
  • Directe Stijl                                              
  • Juan zei: "Water kookt bij 100 graden."    > Juan me dijo: "Aqua hierve a 100 grados"
  • Indirecte stijl
  • Juan zei dat water bij 100 graden kookt.   > Juan me dijo que agua hierva a 100 grados.


2. Een opinie, kwaliteit of een feit die ook nog in het heden gedeeld wordt:
  • Juan zei: "het water heeft een probleem."   > Juan me dijo: "El aqua tiene un problema."
  • Juan zei dat water een probleem heeft.        > Juan me dijo que el agua tiene un problema.


  • Juan zei: "zij lijkt op mij."                             > Juan me dijo: "Es muy parecido a mí."
  • Juan zei dat ze op mij lijkt.                           > Juan me dijo que es muy parecido a mí.

  • Juan zei: "hij werkt hier."                             > Juan me dijo: "Trabaja aquí."
  • Juan zei dat hij hier werkt.                           > Juan me dijo que trabaja aquí.


3. Een gebeurtenis dat nog niet gebeurd is in het heden::
  • Juan zei: "zij gaat weg."                                > Juan me dijo: "va a irse." 
  •  Juan zei dat ze weg gaat.                             > Juan me dijo que va a irse.

Geen opmerkingen: